29 juli 2010

Dat carpale sydroom.
Is bekend bij werkgever.
Komt van de doekjes en de dweilen uitwringen, weet mijn contactpersoon.
Komt ook van elke keer de stofzuigerstang eraf halen, als ik de plintjes en de hoekjes even wil doen. Van dat de handen ineens een uur of dertig per week hard aan het werk zijn na een schrijvend bestaan van twintig jaar. Voor het eeuwige sopje had ik al van die vrolijke latex huishoudhandschoenen gekocht. Oh zo fijn als het dertig graden celsius is.
‘Even mijn handschoenen aantrekken.’
Ik heb veel collega’s gezien met rsi-klachten van computerwerk en heb me altijd afgevraagd hoe dat kon. Of het niet toch tussen de oren zat. Ik ben een fervent muizer, altijd met mijn rechterhand, en nooit een centje last, vandaar.

Ik ken een emmertje krijgen met daarop een soort pastamachine waarmee ik de poetsdoekjes kan uitwringen.

Want ja, in de ziektewet omdat je handen het niet meer doen is ook weer zowat.

Of ik anders ander werk wil doen.
Mijn cv is een beetje vreemd, maar het heeft wel wat voor de thuiszorgclub.
En wie weet heeft de thuiszorgclub nog iets anders in het verschiet voor mij.

Voor een paar cliënten zou ik het niet leuk vinden. Maar ik weet: zij wel voor mij.

Laat ik weer eens een DiDi doen

27 juli 2010

Nu is er weer dat zomerse godlof

Nu is er weer dat zomerse godlof
van meisjes die in korte rokken
door alle straten fietsen
in ons land, ons land gezegend
met pastoors en dominees
die met schuine oogjes kijken
naar dat deksels jonge volkje
dat met naakte knietjes
door hun straten fietst godlof

en in de zwoele avondlucht
in hun seringentuin
werken zij verder
de pastoors en dominees
aan het gemengd-zwemverbod

Remco Campert, uit: Dichter. Bezige Bij, Amsterdam, 1995

Persoonsverwarring

24 juli 2010

Toen Otto nog wat jonger was, heb ik hem de namen van een aantal speeltjes geleerd. De knuffel Bugs Bunny was zijn favoriet – was, omdat Bugs niet meer is wegens sloop. Korte woordjes werken beter bij honden, dus had ik Bugs’ naam verbasterd naar Bugsy.
‘Waar is Bugsy? Pak Bugsy maar!’
En dan kwam hij naar me toe met Bugs Bunny in zijn bek.
En sindsdien heet elke knuffel Bugsy. Dat ontdekte ik gisteravond.
’s Middags waren Ot en ik al even op bezoek geweest bij mijn vrijdagochtendhond Bugsy. Of ik hem twee weken kon hebben vanwege vakantie. Nou, vooruit dan maar. Maar eerst even kennismaken.
Dus ik, gisteravond, Otto voorbereidend op de komst van de vrijdagochtendhond: ‘Waar is Bugsy dan? Komt Bugsy hier?’
En daar stond het kwispelend met een knuffelbeest in zijn bek voor me.
Inmiddels liggen Otto en Bugsy aan mijn voeten.
Maar eerder vandaag, toen vrijdagochtendhond hijgend naast me stond: ‘BUGSY – down’.
En daar stond Ot, kwispelend met een knuffelbeest in zijn bek.

17 juli 2010

Het huishoudelijke werk dat ik doe, is louter een vlucht. Ik verdien mijn eigen bijstandsinkomen wel en ik bedank hartelijk voor de eer van het zoveelste werklozentraject. Maar die vlucht begint zijn tol te eisen. De consequentie is immers dat ik naast mijn eigen huishouding met drie katten en een hond nog een stuk of tien andere huishoudens per week bestier.
Mijn handen.
Zo lukt het me niet meer om zonder hulpmiddelen en met vereende krachten een jampot open te draaien. De handrem op de fiets is een crime. En dat ik zelfs mijn aansteker niet meer aan kan krijgen… dan is voor mij als straffe roker de grens bereikt.
Ten huisarts dus.
Ik vertel van het vermoeide gevoel in mijn handen. Of ik dagenlang met loodzware boodschappentassen heb lopen sjouwen. De tintelingen.
Hij vertelt van een carpaal tunnel syndroom. Wordt geopereerd, door een plastisch chirurg.
We kijken het even aan terwijl hij met vakantie is.
Maar ik voel het al wel.
Dat wordt een ritje richting plastisch chirurg.

13 juli 2010

Ja, leuk zo’n hond (2).
Bonnie had Dokter Bernhard, en ik, ik heb Dokter Herman.
Vorige week had Ot zeg maar kriebel aan zijn pemel. En een dikke bult naast zijn pemel.
Voorhuidontsteking, zo meende Dokter Herman.
Sja, ‘t is een mannetje en daar horen mannetjesproblemen bij :-/
Ik kreeg spul mee waarmee ik hele perverse dingen moest doen.
Maar die bult ernaast, die zat me niet lekker.
Gaat ie er ineens bij liggen.
Kotst alles uit wat er maar uit te kotsen valt.
Wil je dan misschien een klein beetje kattenvoer? Ot is gek op kattenvoer. Als de katten hun schaaltjes niet helemaal leeg gegeten hebben, dan wast hij ze graag voor me af.
Maar nee. Ot ligt, bakje staat er naast en Lara, uitgerekend zij, de meest angstige van het stel, eet het bakje leeg. Jaja, Als ie ziek is, dan durft ze wel.
Neem ik hem mee naar bed voor de nacht. Wat ook niet handig is, een zieke hond mee naar bed nemen.
Dokter Herman maar weer gebeld.
Buikgriepvirus, zo meende Dokter Herman.
Ot kreeg een powershotje en ik kreeg spul en voer mee om maag en darmen weer wat tot rust te brengen.
Dokter Herman zal ook wel denken: leuk, zo’n hond.
Maar ik ben allang blij dat er weer wat leven in zit.

5 juli 2010

Ja, leuk zo’n hond.
Een paar keer per dag een wandelingetje al of niet aangepast naar werktijden en tropenrooster.
En dan dus ook naar de uitlaatveldjes.
Op slag van de schemering en soms zelfs ook in het volle daglicht is dat niet altijd een pretje.
Zo sloeg de schrik me om de keel toen ik eens op slag van de schemering toch nog even een rondje in het uitlaatbos maakte. Zit daar een zwever op een omgevallen boomstam me aan te staren. Otto staarde terug en had de man het liefst enthousiast begroet. Al zal de man geen vlieg kwaad hebben gedaan, ik ben toch maar doorgelopen.
Op klaarlichte dag bij het uitlaatveldje langs de drukke weg. Staan daar een paar fietsen en staan daar middenin de bosjes drie mannen met elkaar in gesprek. Dat blijft dan zo bij.
Op slag van de schemering op datzelfde uitlaatveldje. Omdat dat langs de drukke weg ligt, waan ik me daar betrekkelijk veilig, in de avonduren. Zit ik midden op dat veldje een beetje aandachtstraining te doen met mijn eigengereide hondje, komt daar over dat veldje een onguur type zonder hond mijn kant opgelopen, op weg naar de bosjes.
Daar krijg ik dan zo de kriebels van.

4 juli 2010

Ik ben bepaald geen ochtendmens.
Als het aan mij lag, volgde ik de ochtendradio bij voorkeur in mijn bedje, stond ik zo tegen negen uur rustig op, nam ik een ontbijt, nam ik nog een paar koppen koffie en stapte ik rustig onder de douche. Dan begon mijn dag zeg maar zo rond 10.30 uur.
De combinatie hond en warm weer dwingt me tot andere ochtendrituelen. Zo liep ik van de week al om 6.15 uur een lange ronde met Otto. En vandaag, nota bene op zondag, liep ik rond 7.30 uur al met hem richting IJssel.
‘Dat zijn toch geen tijden!’ gilt mijn ene ik.
Mijn andere ik vindt het best wel lekker. Afgezien van een verdwaalde jogger geen mens op straat. Buiten is het nog lekker koel. Mochten zich onverwachte avonturen voordoen, dan hebben we de lange wandeling voor vandaag al gehad, en een eindeloze lange vrije dag strekt zich voor me uit.

26 juni 2010

Zondag is tuindag, hier.
Dwz: dan doe ik iets in de tuin. Onkruid eruit halen, een vierkant metertje spitten, iets erin zetten. Rome is ook niet in één dag gebouwd en voor een binnen-een-week-tuin-met-kekke-terrastegels heb ik het geld en de tijd niet. Traag tempo en no-budget dus, tot grote ergernis van de buurman.
Of ik niet eens iets ging doen met die wildernis (een prachtig klaprozenveldje dat een beetje is platgewalst door oorlogjespelende buurtkinderen). En dat vraagt hij dan op een moment dat ik afgepeigerd van mijn thuiszorgwerk thuiskom.
Dus zeg ik voor de zoveelste keer dat Rome ook niet in een dag is gebouwd en dat ik geen budget heb voor een flitstuin zoals ze die op de commerciële teevee aanleggen. En kijk eens naar de lavendel die zo prachtig bloeit en geurt en naar de campanula waar allemaal paarse bloemetjes in zitten en een jaar geleden was dat er nog niet, toen stonden de lelijke rode prikstruiken nog waar nu de lavendel staat.

Kijk eens naar wat er al is, in plaats van wat er nog moet gebeuren.

Zo jammer dat zo weinig mensen dat doen.

16 juni 2010

Een jaar geleden woonde ik nog in mijn flatje, te midden van de verhuisdozen.
En nog steeds staan hier spullen in verhuisdozen. Tijdelijk, vanwege de reorganisatie op de bovenverdieping, maar een aantal dozen staat hier al een jaar te wachten om te worden uitgepakt.
Omdat ik dagelijks zeker tien uren per dag fysiek in touw ben, doe ik dat in een heul rustig tempo.
Tien uren:
8.00: lopen met Otto
9.00: werken bij de eerste thuiszorgcliënt
12.30: lopen met Otto, boterham naar binnen proppen
13.30: werken bij tweede thuiszorgcliënt
17.15: lopen met Otto, lange wandeling

Dit 4,5 dagen per week. Ik heb een vrije middag en dan doe ik mijn eigen huishouding. Dat ik het weekend ook echt weekend heb. Een paar ochtenden werk ik zo’n twee uren. Dat ik tussen de middag een lange wandeling met Ot kan maken en dan eind van de middag in het park kan neerploffen met Ot aan de lange lijn omdat loslopen daar niet mag. En omdat hij het lekker vindt om op zijn buik in het gras te liggen.

O, en dan waren er ook nog drie katten.
Lola. Gilt en krijst de hele boel bij elkaar dat ze naar buiten wil. Vooruit dan, aan een tuigje. Otto vindt het maar wat en nodigt haar uit om lekker in het zwembadje te komen liggen.
Lara. Got wat een lief ding. Zo zit ze klapperbekkend voor het raam als er buiten een vogel zit, zo loopt ze me kopstotend over het toetsenbord omdat het voerbakje nog maar halfvol/al halfleeg is.
Bela. Om de paar weken zo hitsig als boter, maar Otto [beft alles wat los en vast zit] ontfermt zich in liefde over haar, terwijl ik hard spaar voor een sterilisatie.

Ja, ik had een zwembadje gehaald voor Otto. Voor de broodnodige verkoeling op warme dagen. Eerst durfde hij er niet in.


Maar. Een jaar geleden. Verhuizing. Oud leven achter me laten. Kortgeleden stond ik bij het stoplicht. Ik moest linksaf maar als ik rechtsaf ging zou ik naar mijn oude flatje fietsen. Daar dacht ik aan toen ik bij dat stoplicht stond. Zou ik bij wijze van automatisme rechtsaf fietsen, zoals ik acht jaar had gedaan?
Nee.
Oud leven, een deel ervan, is achter me. Ik mis R, ik mis Sjimmie. Daar heb ik af en toe mijn kutmomenten van.
Ik begin heel voorzichtig een nieuwe ik-heid te ervaren.

Wat grappig is: mijn kat Bela is vernoemd naar een van de honden van R, vroeger. Komt het te babbel met een cliënt dat ik een hond heb. Hadden ze vroeger een hond die Bela heette.

Oh, en ik ben om. Naampje is mijn bedrijfsnaam, een samenvoeging van de achternamen van R en mij.

En het klaprozenveldje oogt als een waar slagveld nadat een stel buurtkinderen oorlogje had gespeeld in mijn tuin.

Mijn voortuin

6 juni 2010

‘Er moet nog wel wat aan gebeuren’.
Maar nog even niet. Ik wil nog even genieten van het klaprozenveldje naast mijn huis.