En er is echt niets, helemaal niets noemenswaardigs gebeurd.
Gisteren dan maar. Toen mochten Ot en Jet mee naar het theaterzaaltje waar ik werk en daar deden ze Romeo en Julia. In elk geval een liefdesscène. Stelletje podiumbeesten. Het is een gsm-foto met navenante kwaliteit, maar hij is wel klikbaar.
Ik hoef niet heel vroeg op. Dus speel ik na middernacht nog een spelletje webfeud. En ik win! Jeu!
Na het winnen ga ik nog even naar de wc en dan wil ik gaan slapen. maar ik kom terug van de wc en loop de keuken in en zie daar ‘iets’ bij mijn keukenraam.
Ik kijk.
Een piemel.
Er staat een kerel op mijn tuinbankje met zijn piemel te zwaaien pal tegen mijn keukenraam.
Ik trek mijn rolgordijn op en zie dat hij zijn gezicht met zijn hand verbergt, zijn ogen beschijnt hij met een zaklampje.
Ik bel de politie.
Okee, dit en dat en dat en waar precies en misschien bellen we nog even.
Vijf minuten later gaat de deurbel. Politie, vier man sterk.
Wat is er gebeurd? Ik vertellen. Sujet is dus over mijn schutting geklommen en is boven op mijn tafeltje buiten gaan staan.
Nou ja, u kúnt aangifte doen van openbare schennispleging.
In mijn eigen achtertuin godverdomme.
Ik. Wil. Hier. Weg. Ik wil hier heel erg weg.
En ja, lacht u maar. Het zal u zelf maar gebeuren.
Sorry. Janken en lachen tegelijkertijd. Uw geboortedatum, vraagt de politie. En uw geboorteplaats, vraagt de politie er nog achteraan. Heb ik net vorige week opgegeven toen mijn hond werd gemolesteerd door een loslopende hond hier te straat. *vloek**tier* Ik wil hier echt heel erg graag weg. Dank u.
Een fijne vuurwerkvrije wandeling van een uur. Lopen we terug de wijk in, loopt daar een bullterriër los op straat en ik ken dat beest. Deze Max heeft mijn Otto al eens eerder naar de strot gegrepen. Toen kwam ik er zelf met een bijtwond vanaf en bleef Ot ongedeerd. Tijdens diezelfde strooptocht heeft deze Max ook een angstig Turks meisje gegrepen en gebeten. Nu zie ik hem lopen en ik hoor mezelf al ‘Nee, nee, godverdomme, nee, niet die kuthond.’
Dus wel.
Bullterriërs vind ik al met stip op 1 de meest afzichtelijke en lelijke honden die op deze aardkloot rondlopen. Ze kunnen er niet zo veel aan doen, zelf niet. Ze worden ook maar zo gefokt met die vreselijke kromme neus omdat dat kennelijk als esthetisch wordt gezien. Een eeuw geleden zag de bullterriër er nog een beetje als een normale hond uit.
Deze keer bleef Otto niet ongedeerd. Max zag Ot en dook er bovenop. Dat is dan zo’n moment dat je een belager naar het leven staat. Erop in hengsten en in de ogen prikken was alleen zinloos, want als er een een plaat voor zijn kop heeft dan is dat de bullterriër wel en Max in het bijzonder. Een halsband zat er niet omheen, anders had ik hem daarbij kunnen nemen en hem zachtjes aan dreigen te wurgen. Dan maar bij zijn staart gegrepen. Max liet los en piepte dat hij speeltje Otto weer terug wilde. Dat had Max namelijk zo lekker bij het strotje gegrepen en geschud.
Maar misschien was het wel niet ik die Max bij zijn staart greep. Max had zijn neus stuk en alle credits daarvoor gaan naar Otto. Ot had alleen wel voldoende verwonding om daarmee naar de dierenarts te stappen. En de rekening daarvan, inclusief zon- en feestdagentarief, ligt inmiddels bij het baasje van Max. Die er niks van begrijpt, want met de jackrusseltjes van zijn zus gaat het ook altijd goed. Helaas pindakaas, Max en baasje. Een volgende keer sta ik niet voor mijzelf in.
Gisteren, eergisteren, inmiddels, heeft er een de euvele moed gehad om vuurwerk naar de honden te gooien terwijl ik ze eind van de middag even, vijf minuten, de gelegenheid gaf om te piesen op een veldje nabij huis omdat ze het in de tuin liever niet doen. Daarom haat ik vuurwerk. Vanuit de grond van mijn hart.
Vanmiddag heb ik geholpen om een ruimte om te kleden tot leuk oudejaarsfeestevenement.
‘Kom je ook?’
NEEN! Driewerf! Nee! Nee! Nee!
Omdat ik vuurwerk haat.
Omdat ik geen feestbeest ben.
Omdat ik iedereen elke dag het allerbeste toewens en niet alleen specifiek bij een jaarwisseling.
Uiteindelijk zat ik vanavond met twee honden op schoot. Ik had het gordijn open gedaan zodat ze het konden zien. Zit de poedel te grommen, naar d’r eigen reflectie in het raam.
Na twee dagen vuurwerkgeweld is de rust weergekeerd. Stilte.
Wat klinkt dat heerlijk.
We zijn er weer.
Ik kon er na de upgrade niet meer in omdat de database niet was mee ge-upgrade. Oh, goed gespeld. Tijdens het laatste Groot Dictee had ik acht fouten. Netjes, maar het had beter gekund. Ik blijf nu eenmaal vinden dat Jip en Janneke met een hoofdletter moeten worden geschreven.
Maar ik kon dus niet meer inloggen. En ik wist toch bij god niet meer wat mijn inlog en wachtwoord voor de server was. Na een wild gokje kon ik er ineens weer in, ik heb de hele boel terug gezet en laat het nu bij een oude versie van wp.
Dus.
Wat is er gebeurt in de tussentijd. Eigenlijk niet eens zo veel. Logbare futilismen ben ik kennelijk alweer vergeten.
Zeer logbaar is de komst van koningspoedel Jet, alweer drie weken geleden. Dat zit zo:
Al een tijdje was ik niet heel erg actief op zoek naar een maatje voor mijn hondje Otto. U kent het versje van heer Bomans misschien: ‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen.’
Nu had ik wat contacten met een fokker die o.a. honden levert aan een stichting die hulphonden klaarstoomt voor mensen met een lichamelijke beperking, mensen met diabetes en mensen met epilepsie. In het geval van diabetes en epilepsie: die honden kunnen een hypo of een epileptische aanval ‘voelen’ aankomen en zij waarschuwen dan het baasje. Maar: om in aanmerking te komen voor een vergoeding door de zorgkostenverzekering moeten die honden helemaal perfect zijn. Van twee honden was de stand van de heupen niet goed genoeg dus werden ze afgekeurd en ter herplaatsing aangeboden.
Ik heb belangstelling getoond voor het zusje, Meiske, zo heette ze, maar omdat Meiske niet echt lekker bekt met Otto en ik Jet een leuke naam voor haar vond heb ik haar Jet gedoopt.
Jet is een roodharige muppet die zeer leergierig is en een immer tevreden gezichtje heeft. Vanwege haar achtergrond als ‘voorbestemd om hulphond te worden’ wil ik wel iets met haar gaan doen. Iets waar Otto niet helemaal geschikt voor is: zorgdier. Hij heeft wel de juiste inborst om met mensen te werken, maar de bulldog die erin zit maakt hem een weliswaar enthousiaste, maar ongelofelijk sterke rouwdouwer die gewoon te sterk is. Jet heeft net zo’n mooie menslievende inborst, maar is zacht en rustig genoeg. En ze laat zich van alles aanleunen, zelfs het voortijdige vuurwerkgeknal deert haar niet.
De beloofde poezenfoto’s houdt u nog even van me tegoed. Eerst mag u kennismaken met Jet:
* Ik moet eens wat gaan aanpassen hier. Alleen al omdat ik nog Wordpress 2.8.4 gebruik terwijl momenteel versie 3.2.1 in zwang is. Maar ook mijn linkslijstje. Daar staan weblogs in die het niet meer doen, die zijn verhuisd of die ik niet meer heel veel lees. Inmiddels lees ik nieuwe weblogs die ik wel in mijn rss-lezer heb staan maar nog niet in mijn linsklijstje. Vandaag of morgen zal ik wat gaan pruttelen en knutselen en dan is 0103.org weer een beetje up to date.
* Verder? Huis van mijn nichtje is aangeboden aan iemand anders. Vilein als ik kan zijn heb ik haar gevraagd of ze extra negatief wil vertellen als de nieuwe huurder komt kijken. Niet dat ze dat kan, maar hee. U begrijpt: ik laat me door niets en niemand weerhouden van mijn plan om richting Friesland te vertrekken. Er staan meer huizen in dat dorpje.
* Mijn liefe hondje Otto bereikte afgelopen woensdag de respectabele leeftijd van twee jaar. In die tijd hebben we veel van elkaar geleerd, maar heeft hij mij vooral leuk gedresseerd. Ik deed hem wat speeltjes cadeau, waaronder een pluchen kikker waar een piepje in zit. En Otto heeft het niet echt met piepjes in pluchen beestjes. Dat piepje wist ik niet toen ik het kocht, maar het helpt hem wel af van zijn drift om pluchen beesten binnen de kortst mogelijke tijd te ontleden tot er geen pluis meer in zit. Kikker is een kwetsbaar beestje, dat je zachtjes in je bek moet nemen. Er komt geluid uit, dus het leeft.
* De poezen. Ik wil ze binnenkort weer eens op de foto zetten. Lola en Lara zijn nu 6 jaar oud. Bela is 2 jaar, net iets ouder dan Otto. Bij haar kan en mag hij alles doen. Lola is wat afstandelijker. Otto begrijpt haar niet altijd, maar dat komt omdat ze doof is. Hij snapt het niet zo goed dat een van zijn beste hondenvriendinnetjes ook Lola heet. Mijn Lola heeft de logeerhond, die hier het begin van de zomer was, met één tik op zijn neus voor eens en voor altijd af geholpen van zijn drift om katten te jagen. Lara is een kat-uit-de-boom-kijker. Het heeft even geduurd, maar Otto is toch wel het beste vriendje dat ze zich kan wensen. Elke avond trakteert ze hem op haar beroemde kopstootjes. Verder zijn de dames poes zéér eigenzinnig. Geef ik ze een keertje een ander voer dan ze gewend zijn, eten ze met lange tanden.
* O, ik redde nog een sprinkhaan van een wisse verdrinkingsdood in een van de vijvers achter het huis. Ik denk dat het dezelfde sprinkhaan was die een tijdje geleden tegen mijn keukenraam sprong terwijl ik stond te koken. Sinds Maja de bij noem ik elke sprinkhaan Flip. De sprinkhanen in mijn achtertuin dragen alleen geen knapzak. Wel kunnen ze heel ver springen en heel brutaal tegen je keukenraam naar binnen zitten gluren als je aan het koken bent.
‘Een van de vijvers’ klinkt decadent, maar zo’n blauwe schelp bestaat nu eenmaal uit twee delen. In het ene deel huist de tijdelijke vijver, met Indische lotus en nog wat andere vijverplanten en een boel waterbeesjes. Het andere deel had ik met een beetje water gevuld bij wijze van afkoelpoel voor Otto op warme dagen. Maar ja, het heeft zo veel geregend dat beide blauwe schelpen tot aan de rand vol staan met water.
Wat moet ik u nu als laatste fragment meegeven? Na zo’n imposante avond met mijnheer Verhofstad weet ik dat ook niet zo goed meer. Ik doe weinig politieke uitspraken en als ik stem stem ik blanco, omdat ik dat ook niet meer weet. Al zit ik in de linkse hoek. Ik wil me daar niet mee conformeren, net zo min als ik lid ben van een omroep. Liever zou ik weer ouderwetsch kijk- en luistergeld gaan betalen en gun ik elke publiek omroep een eigen vrije invulling met deze gelden.
Ik ben dus eigenlijk gewoon een ouwe communist, in meerdere opzichten.
Om even terug te komen op het gesprek met mijnheer Verhofstad, ik denk dat de wens van een eigen identiteit elke verdergaande Europese eenwording in de weg staat. Ik denk eenvoudigweg (ook) dat het onmogelijk is om me ‘Europeaan’ te voelen, hoewel de Europese geschiedenis toch voor een belangrijk deel mijn identiteit bepaalt en specifiek ‘Nederlander’ voel ik me ook niet. Wel geef ik mijnheer Verhofstad gelijk als hij het heeft over ‘vroeger’, dat je in alle steden in alle landen allerlei bevolkingsgroepen vertegenwoordigd zag, joden leefden overal, Spanjaarden, Turken, zigeuners, iedereen leefde min of meer gebroederlijk naast elkaar. En nu, zoals in het geboortedorp van Elias Canetti, tref je dat niet meer overal. Dat is stukgemaakt met de Tweede Wereldoorlog. Ik woon in een stedelijke omgeving die voor ongeveer 40-50 procent wordt bevolkt door Turkse mensen. Echt contact heb ik er niet mee, al zijn hun kinderen gek op mijn hondje. Sommige ouderen wenden hun gezicht voor hem af en anderen vertellen met uitvoerig over de kangals die ze in hun dorp op het erf hadden lopen terwijl ze Otto met een brede glimlach aanhalen. Ik weet het ook niet altijd.
Dat gaat gewoon zoals het gaat en ik zie de geschiedenis van pakweg een eeuw geleden zich herhalen. Economische crisis, nationalisme, en, tussen de regels door tijdens het gesprek van vanavond, de roep om een sterke man.
Wat geef ik u nu mee als laatste aflevering van ‘mijn’ Zomergasten, van mijn kleine verhaal, als dit grote verhaal toch zorgwekkend is?
Misschien hoeft het niet heel ingewikkeld te zijn. Mijnheer Verhofstad begon zijn avond van de grote verhalen met de dood van een onschuldig poesje, een onwaarschijnlijke scène met acteur Donald Sutherland in de film Novecento. Daar tegenover zet ik een voor de Nederlandse televisie een uitermate historisch Nederlands fragment over een – inderdaad – zeer aandoenlijk poesje.
Het kabbelt even hier. Wachten duurt lang. Het wordt na het weekend eer ik mijn vader een sms kan sturen met de tekst ‘Kom maar op met die tachtig verhuisdozen.’ Of : ‘It giet net oan.’ Want ook dat kan.
Maar over dozen gesproken, ik maak er binnenkort zelf een paar. Waar het vandaan komt weet ik niet, maar ik pak mijn boekbindwerk weer een beetje op. Er lagen nog twee stapels oude spoorwegtijdschriftjes uit 1934 en 1935 te wachten op een oplapbeurt. Wat dat oplappen betreft is het sop de kool haast niet waard, het is tijdrovend werk om scheurtjes en losgeslagen pagina’s te herstellen, maar de emotionele waarde is voor de eigenaar groot genoeg.
Ik bind ze op een manier die ik nog maar één keer eerder heb gedaan: tijdens de cursus die ik een aantal jaren geleden volgde. Dus zit ik met mijn aantekeningen voor mijn neus te figureren waar het oortje toch ook al weer voor was en besluit ik dat een oortje toch noodzakelijk is.
Over dozen gesproken, een vriendin van me wil een doos om de foto’s in te bewaren en te presenteren. Dus hebben we nu alle materialen in huis, we hebben een formaat en als ik wat huiswerk ga doen in hét boek voor de Hollandse boekbinder merk ik dat ik een wel heel spannend ontwerp heb gemaakt. Dus ga ik doosjes maken. Om te oefenen, want doosjes maken had ik nog niet eerder gedaan en ik wil vriendin toch wel een blits doosje geven.
Dat ik wars ben van de commerciële televisiezenders moge onderhand duidelijk zijn. Daar kijk ik nooit naar. Ik heb het niet op leeghoofderij en het ‘kom kopen’-gebrul in de stortvloed aan reclameblokken die de programma’s onderbreken. Om maar niet te spreken van de zogenoemde reality-teevee en de laatste trend: ‘wij komen je helpen in je nood!’
Nu de zomerprogrammering nog aan het naschokken is, is alleen ook het aanbod op de publieke zenders niet echt jevanhet. Tijdens mijn vaste televisieuurtje met het bord op schoot is dat lastig op zondag: sport op 1, een niet mijn kopje thee-documentaire op 2 en een kinderserie op 3. Dus zap ik van lieverlee door naar de leeghoofderij en het platte leedvermaak op RTL4 en tref daar ‘Hoe schoon is jouw huis’, het hulpverlenersprogramma waarin moeder en dochter Tuttebel het vervuilde huis van een problematisch verzamelaar onder handen nemen.
Eerst wordt de vervuiling gedetailleerd in beeld gebracht. Dan het reclameblok, dat vooraf wordt gegaan door filmpjes waarin kijkers worden opgeroepen om zich te melden voor nog méér hulpverleningsprogramma’s. Is je huis toe aan een make-over? Meld je aan! Zit je in zak en as? Aarzel niet, bel ons! heb je iets goed te maken met deez’ of geen? Ga naar de website!
Terug naar het ramphuis waar moeder en dochter Tuttebel andermans verzakte leven -met toestemming uiteraard- niet alleen te kijk, maar ook te kakken zetten. Vervolgens wordt er een schoonmaakteam opgetrommeld die kennelijk in een dag tijd ’s mans huis onderhanden nemen. Bewoner komt weer thuis in een blinkend schoon paleisje en de dames komen na twee weken op controle.
Maar wat hoor ik, terwijl ik dit met mijn bordje zelfgemaakte bolognese op schoot zit aan te kijken? Een heel bekend deuntje.
Het muziekje van De Vloer Op!
Kijk dát is een programma waarmee ik iets kan. Een aantal van ’s lands beste acteurs geeft hierin al improviserend een proeve van hun allang bewezen kwaliteiten. De scènes die ze spelen zijn altijd uit het leven gegrepen, bevatten vaak humor en zijn vaak schrijnender dan het meest vervuilde huis waar de dames Tuttebel hun rubberen handschoenen rond hun overijverige ego’tjes laten wapperen.
De Vloer Op is al jarenlang een van mijn favoriete programma’s op de televisie. Niet alleen omdat ik geniet van hoe de acteurs een gegeven situatie oplossen. Maar vooral omdat er structureel ruimte, hoe weinig ook, want langer dan een halfuurtje duurt het nooit, ruimte wordt gemaakt voor theater op de televisie in een format dat past en dat elke keer weer mooie verrassingen oplevert.
De ironie wil – uiteraard – dat u zich eerst door een reclame heen moet worstelen alvorens u het filmpje te zien krijgt :S