27 augustus 2010

Om 13:30 uur zou de bus komen.
Ik was al iets aan de late kant. Kwam ie nog, nee, kwam nie meer, dus half uurtje wachten op de volgende bus.

In dat half uurtje reden er twee bussen langs de halte aan de overkant.

Liep het tegen tweeën. Geen bus om 14:00 uur. Liep ik naar de halte van de overkant. Daar zou om 14:10 een bus komen.
Stopt er om 14:10 een bus aan de halte waar ik net vandaan kwam :-/

18 augustus 2010

‘Heb ik nog een kast voor je’, zegt mijn verhuizende vader.
‘Maar wat zijn daarvan dan de maten’, vraag ik. Het moet wel passen in mijn huis met kleine hoekjes, schuine daken en  smalle wandjes.
Vader mailt een foto en de maten.
Past niet.
Vader mailt een andere foto van een andere kast en de maten.
Past ook niet.
Zucht.
‘Ik heb nog wel een lange smalle kast voor je’, zegt hij.
Is ook zeer welkom.
‘En een Amsterdamseschooltafeltje heb ik ook nog voor je. ‘
Is ook zeer welkom.
Vanavond: ‘Hoe breed is dat nou waar die kast voor jou moet komen?’
‘1.25 meter’, antwoord ik.
Hij zal even kijken.
Mijn vader moet en zal een kast aan me slijten.

17 augustus 2010

* Okee, okee, ik weet het. Courgetteplant is altijd makkelijk.
Maar toch.
In het voorjaar plantte ik een zaadje van een paar millimeter groot.
En vandaag oogstte ik de eerste courgette, eentje van zeker 30 centimeter en pakweg een kilo zwaar.
Die gaat de soep in.
Maar jeu wat voelt dat stoer.

* Morgen solliciteer ik op een kantoorbaan bij mijn huidige werkgever. Voor het aantal uren dat ik nu werk, maar wat vriendelijker voor mijn carpale handen.

* Moet nog dit, moet nog dat, moet nog zus, moet nog zo. Komt wel. Nog even en dan gaat iedereen weer naar werk en school en dan heb ik vakantie.

* Otto’s definitie van hondenweer: in de stromende regen door de plassen in het bos rennen, ploegen door het kleddernatte gras, hup, de plomp in om een eindje te zwemmen en dan nog even lekker schurken over een dooie eend.
Binnenkort is ie jarig, Otto. Hij zit in een nieuwe sloopfase. Mijn lichtgroene nepcrocs moesten eraan geloven. Sommige mensen onder wie ikzelf geven hem groot gelijk. Ook al zijn ze handig, die nepcrocs, voor in en om het huis.

* Ik ben nogal volhardend. ‘Bent u nog een beetje tevreden over hoe ik het hier doe?’, vraag ik na een maand of wat aan mijn dinsdagmiddagcliënt. De man is net zo mager als mijn moeder was toen ze stierf. ‘Ja hoor’, antwoordt hij. ‘Maar dat ge-U, daar ben ik wel klaar mee. Zeg maar gewoon Gerard.’
Okee. Zeg ik gewoon Gerard.

* Met Gerard, maar ook met Aart, mijn andere alleenstaandeman-cliënt, heb ik het vaak over eten. Gerard is meer van de Hollandse pot met sju, Aart houdt van het experiment en wisselt wel eens een recept met me uit. Met mevrouw Z gaat het vaak over haar dementerende man, maar ook over bloemen en over de orchideeën in de vensterbank. Met mevrouw K over de busreisjes die ze overal in den lande maakt sinds het overlijden van haar man. Die gaat dan naar een orchideeënkwekerij en dat vertel ik dan weer aan mevrouw Z en die was er al eens geweest en dan vertel ik dat weer aan mevrouw K. Mevrouw H is fanatiek marktplaatser en mevrouw R zegt altijd ‘kind’ tegen me. ‘Ik ga even een stukje stofzuigen hoor’, zeg ik dan. ‘Is goed hoor kind’, zegt ze dan, terwijl ze met haar reumatische handen het zoveelste sjekkie rolt.

Futilismen

9 augustus 2010

* Daar zit ik dan, met al mijn courgetterecepten.
Slakken houden ook van courgettes :-s

* Nog even en ik heb een dubbele baan. Trekt ineens dat freelancen aan.

* De achtertuin staat hier vol met allemaal mooie planten en struikjes voor in de tuin.
Nu alleen nog tijd.

* Ik heb er weer een paar hippe kleurtjes huishoudhandschoenen bij. Oh, trouwens: kost het je ook zo veel moeite om een nieuwe vuilniszak te openen? Trek zo’n kekke huishoudhandschoen aan en je hebt hem zo open  #omaweetraad

* De spin die gisteravond ineens zoek was. Dook weer op toen ik het licht uit deed. Maar poes Lara wilde hem niet. Toen liep de spin weer weg.

* Otto heeft de weg naar boven gevonden. Ik ben er geen voorstander van, maar ik word helemaal week als ik die oogjes boven de trap zie.

* Ik mag nog steeds graag lekker koken. Maar deze week even niet. Deze week zijn het kliekjes en anderen die voor me koken.

* Verder is het hier net als het weer: wisselend bewolkt en een enkele bui.

29 juli 2010

Dat carpale sydroom.
Is bekend bij werkgever.
Komt van de doekjes en de dweilen uitwringen, weet mijn contactpersoon.
Komt ook van elke keer de stofzuigerstang eraf halen, als ik de plintjes en de hoekjes even wil doen. Van dat de handen ineens een uur of dertig per week hard aan het werk zijn na een schrijvend bestaan van twintig jaar. Voor het eeuwige sopje had ik al van die vrolijke latex huishoudhandschoenen gekocht. Oh zo fijn als het dertig graden celsius is.
‘Even mijn handschoenen aantrekken.’
Ik heb veel collega’s gezien met rsi-klachten van computerwerk en heb me altijd afgevraagd hoe dat kon. Of het niet toch tussen de oren zat. Ik ben een fervent muizer, altijd met mijn rechterhand, en nooit een centje last, vandaar.

Ik ken een emmertje krijgen met daarop een soort pastamachine waarmee ik de poetsdoekjes kan uitwringen.

Want ja, in de ziektewet omdat je handen het niet meer doen is ook weer zowat.

Of ik anders ander werk wil doen.
Mijn cv is een beetje vreemd, maar het heeft wel wat voor de thuiszorgclub.
En wie weet heeft de thuiszorgclub nog iets anders in het verschiet voor mij.

Voor een paar cliënten zou ik het niet leuk vinden. Maar ik weet: zij wel voor mij.

Laat ik weer eens een DiDi doen

27 juli 2010

Nu is er weer dat zomerse godlof

Nu is er weer dat zomerse godlof
van meisjes die in korte rokken
door alle straten fietsen
in ons land, ons land gezegend
met pastoors en dominees
die met schuine oogjes kijken
naar dat deksels jonge volkje
dat met naakte knietjes
door hun straten fietst godlof

en in de zwoele avondlucht
in hun seringentuin
werken zij verder
de pastoors en dominees
aan het gemengd-zwemverbod

Remco Campert, uit: Dichter. Bezige Bij, Amsterdam, 1995

Persoonsverwarring

24 juli 2010

Toen Otto nog wat jonger was, heb ik hem de namen van een aantal speeltjes geleerd. De knuffel Bugs Bunny was zijn favoriet – was, omdat Bugs niet meer is wegens sloop. Korte woordjes werken beter bij honden, dus had ik Bugs’ naam verbasterd naar Bugsy.
‘Waar is Bugsy? Pak Bugsy maar!’
En dan kwam hij naar me toe met Bugs Bunny in zijn bek.
En sindsdien heet elke knuffel Bugsy. Dat ontdekte ik gisteravond.
’s Middags waren Ot en ik al even op bezoek geweest bij mijn vrijdagochtendhond Bugsy. Of ik hem twee weken kon hebben vanwege vakantie. Nou, vooruit dan maar. Maar eerst even kennismaken.
Dus ik, gisteravond, Otto voorbereidend op de komst van de vrijdagochtendhond: ‘Waar is Bugsy dan? Komt Bugsy hier?’
En daar stond het kwispelend met een knuffelbeest in zijn bek voor me.
Inmiddels liggen Otto en Bugsy aan mijn voeten.
Maar eerder vandaag, toen vrijdagochtendhond hijgend naast me stond: ‘BUGSY – down’.
En daar stond Ot, kwispelend met een knuffelbeest in zijn bek.

17 juli 2010

Het huishoudelijke werk dat ik doe, is louter een vlucht. Ik verdien mijn eigen bijstandsinkomen wel en ik bedank hartelijk voor de eer van het zoveelste werklozentraject. Maar die vlucht begint zijn tol te eisen. De consequentie is immers dat ik naast mijn eigen huishouding met drie katten en een hond nog een stuk of tien andere huishoudens per week bestier.
Mijn handen.
Zo lukt het me niet meer om zonder hulpmiddelen en met vereende krachten een jampot open te draaien. De handrem op de fiets is een crime. En dat ik zelfs mijn aansteker niet meer aan kan krijgen… dan is voor mij als straffe roker de grens bereikt.
Ten huisarts dus.
Ik vertel van het vermoeide gevoel in mijn handen. Of ik dagenlang met loodzware boodschappentassen heb lopen sjouwen. De tintelingen.
Hij vertelt van een carpaal tunnel syndroom. Wordt geopereerd, door een plastisch chirurg.
We kijken het even aan terwijl hij met vakantie is.
Maar ik voel het al wel.
Dat wordt een ritje richting plastisch chirurg.

13 juli 2010

Ja, leuk zo’n hond (2).
Bonnie had Dokter Bernhard, en ik, ik heb Dokter Herman.
Vorige week had Ot zeg maar kriebel aan zijn pemel. En een dikke bult naast zijn pemel.
Voorhuidontsteking, zo meende Dokter Herman.
Sja, ‘t is een mannetje en daar horen mannetjesproblemen bij :-/
Ik kreeg spul mee waarmee ik hele perverse dingen moest doen.
Maar die bult ernaast, die zat me niet lekker.
Gaat ie er ineens bij liggen.
Kotst alles uit wat er maar uit te kotsen valt.
Wil je dan misschien een klein beetje kattenvoer? Ot is gek op kattenvoer. Als de katten hun schaaltjes niet helemaal leeg gegeten hebben, dan wast hij ze graag voor me af.
Maar nee. Ot ligt, bakje staat er naast en Lara, uitgerekend zij, de meest angstige van het stel, eet het bakje leeg. Jaja, Als ie ziek is, dan durft ze wel.
Neem ik hem mee naar bed voor de nacht. Wat ook niet handig is, een zieke hond mee naar bed nemen.
Dokter Herman maar weer gebeld.
Buikgriepvirus, zo meende Dokter Herman.
Ot kreeg een powershotje en ik kreeg spul en voer mee om maag en darmen weer wat tot rust te brengen.
Dokter Herman zal ook wel denken: leuk, zo’n hond.
Maar ik ben allang blij dat er weer wat leven in zit.

5 juli 2010

Ja, leuk zo’n hond.
Een paar keer per dag een wandelingetje al of niet aangepast naar werktijden en tropenrooster.
En dan dus ook naar de uitlaatveldjes.
Op slag van de schemering en soms zelfs ook in het volle daglicht is dat niet altijd een pretje.
Zo sloeg de schrik me om de keel toen ik eens op slag van de schemering toch nog even een rondje in het uitlaatbos maakte. Zit daar een zwever op een omgevallen boomstam me aan te staren. Otto staarde terug en had de man het liefst enthousiast begroet. Al zal de man geen vlieg kwaad hebben gedaan, ik ben toch maar doorgelopen.
Op klaarlichte dag bij het uitlaatveldje langs de drukke weg. Staan daar een paar fietsen en staan daar middenin de bosjes drie mannen met elkaar in gesprek. Dat blijft dan zo bij.
Op slag van de schemering op datzelfde uitlaatveldje. Omdat dat langs de drukke weg ligt, waan ik me daar betrekkelijk veilig, in de avonduren. Zit ik midden op dat veldje een beetje aandachtstraining te doen met mijn eigengereide hondje, komt daar over dat veldje een onguur type zonder hond mijn kant opgelopen, op weg naar de bosjes.
Daar krijg ik dan zo de kriebels van.