* Okee, okee, ik weet het. Courgetteplant is altijd makkelijk.
Maar toch.
In het voorjaar plantte ik een zaadje van een paar millimeter groot.
En vandaag oogstte ik de eerste courgette, eentje van zeker 30 centimeter en pakweg een kilo zwaar.
Die gaat de soep in.
Maar jeu wat voelt dat stoer.
* Morgen solliciteer ik op een kantoorbaan bij mijn huidige werkgever. Voor het aantal uren dat ik nu werk, maar wat vriendelijker voor mijn carpale handen.
* Moet nog dit, moet nog dat, moet nog zus, moet nog zo. Komt wel. Nog even en dan gaat iedereen weer naar werk en school en dan heb ik vakantie.
* Otto’s definitie van hondenweer: in de stromende regen door de plassen in het bos rennen, ploegen door het kleddernatte gras, hup, de plomp in om een eindje te zwemmen en dan nog even lekker schurken over een dooie eend.
Binnenkort is ie jarig, Otto. Hij zit in een nieuwe sloopfase. Mijn lichtgroene nepcrocs moesten eraan geloven. Sommige mensen onder wie ikzelf geven hem groot gelijk. Ook al zijn ze handig, die nepcrocs, voor in en om het huis.
* Ik ben nogal volhardend. ‘Bent u nog een beetje tevreden over hoe ik het hier doe?’, vraag ik na een maand of wat aan mijn dinsdagmiddagcliënt. De man is net zo mager als mijn moeder was toen ze stierf. ‘Ja hoor’, antwoordt hij. ‘Maar dat ge-U, daar ben ik wel klaar mee. Zeg maar gewoon Gerard.’
Okee. Zeg ik gewoon Gerard.
* Met Gerard, maar ook met Aart, mijn andere alleenstaandeman-cliënt, heb ik het vaak over eten. Gerard is meer van de Hollandse pot met sju, Aart houdt van het experiment en wisselt wel eens een recept met me uit. Met mevrouw Z gaat het vaak over haar dementerende man, maar ook over bloemen en over de orchideeën in de vensterbank. Met mevrouw K over de busreisjes die ze overal in den lande maakt sinds het overlijden van haar man. Die gaat dan naar een orchideeënkwekerij en dat vertel ik dan weer aan mevrouw Z en die was er al eens geweest en dan vertel ik dat weer aan mevrouw K. Mevrouw H is fanatiek marktplaatser en mevrouw R zegt altijd ‘kind’ tegen me. ‘Ik ga even een stukje stofzuigen hoor’, zeg ik dan. ‘Is goed hoor kind’, zegt ze dan, terwijl ze met haar reumatische handen het zoveelste sjekkie rolt.