3 juli 2009
Het was dertig graden, maar bij de voorstelling Victor Frankenstein van het Franse gezelschap Jo Bithume sneeuwde het. Daar sneeuwt het nog twee avonden, voor de liefhebbers. Deventer staat weer op stelten.
Het was dertig graden, maar bij de voorstelling Victor Frankenstein van het Franse gezelschap Jo Bithume sneeuwde het. Daar sneeuwt het nog twee avonden, voor de liefhebbers. Deventer staat weer op stelten.
Onkruid woekert in de tuin van mijn nieuwe huis. Terwijl ik de scha gadesla en besluit om er de komende dagen wat uit te halen, vraagt de buurman of het allemaal bevalt, het wonen hier. En wat doe je dan? En heb je geen vriend dan?
En zo ontstaat een nieuwe identiteit. Ineens ben ik dat meisje van de hoek, die haar vriend is overleden.
Ik las van de week De weekenden waren voor haar. Ik kreeg het cadeau met een glimlach en Merel had hoogstpersoonlijk een opdracht in het boek geschreven.
‘Voor Sandra,
Van M, die vindt dat er op bladzijde 188 een prachtige waarheid staat. Merel Roze :)’
Natuurlijk bladerde ik direct door naar bladzijde 188. Oja, daar had M. kortgeleden over geschreven.
Het is veel makkelijker om iets goed te doen waarin je niet wilt uitblinken, dan om middelmatig te zijn in datgene wat je echt ambieert.
De afgelopen dagen heb ik me het hoofd gebroken over ambities, het belang ervan en of ik ze als dertiger eigenlijk wel heb. Sinds mijn leven sinds Rs overlijden eind januari zo gebroken is, wordt het tijd om te kijken naar wat er van mijn oude ambities nog overeind staat. Juist doordat ik in de voorgaande jaren nogal wat mensen aan hun ambities ten onder heb zien gaan ben ik voorzichtig geworden. Denk ik. Misschien heb ik wel gewoon vrede met wat er is. Misschien moet ik juist wel terug naar de tijd waarin ik R leerde kennen, 12 1/2 jaar geleden, en eens kijken of er nog iets uit mijn studie valt te halen. Die boeken zitten van lieverlee nog in dozen omdat iemand me weigert mijn in bruikleen gegeven boekenkastje terug te geven.
Maar eerst de tuin.
Dat is een fijne leestuin.
Ik wist niet dat onkruid best nog mooi kan zijn.
Mijn studieboeken leg ik op een stapel tot ik een nieuw boekenkastje heb.
Merel heeft een intrigerend boek geschreven.
Soms moet je eerst oude dingen opruimen eer je weer ruimte kunt creëren voor ambities.
* ‘Dit is zo’n bizar verhaal, dat verzin je niet’, zegt de man van de gemeente als ik hem uitleg wat er met de parkeervergunning is gebeurd. Nare consequenties heeft het niet. Ik moet een brief schrijven en daarin het verhaal nogmaals vertellen en dan wordt hij kostenloos ingetrokken.
*In het nieuwe huis heb ik een grijze en een groene container tot mijn beschikking. Omdat de berging zich ophoopt met lege verhuisdozen, staan de twee tijdelijk in mijn nog schuttingloze tuin. Nu moet ik even wennen, maar afvalscheiding is zeg maar best mijn ding. Zelfs de gebruikte koffiepads verhuizen naar de groene bak.
Afvalscheiding is zeg maar ook het ding van een onbekende persoon, die meent zijn of haar oude brood in mijn groene container te moeten gooien. Deze persoon neemt dus de moeite om vanaf zijn of haar huis met het oude brood onder de arm helemaal hier de steeg in te lopen en het brood hier in de groene container te dumpen.
* Omdat vriendin W mij hier hielp met klussen en schilderen ga ik haar morgen helpen met schilderen. Het wezenlijke verschil is dat zij een wandschildering maakt in een plaatselijk centrum voor kinderen met kanker. Mooi om daaraan een steentje te mogen bijdragen.
* Het nieuwe huis is zeker tweemaal zo groot als mijn oude flatje. Toch liggen de katten met z’n drieën naast me op de vierkante meter bank.
* Ik open de zoveelste verhuisdoos en zie prints van foto’s die ik een paar jaar geleden maakte van R. Ik schiet vol. Ik wil hem tegen me aan voelen. Me klein voelen in zijn sterke armen. Laatst, nog in het oude huis was het, bezocht hij me in een droom. Het voelt ver weg en lang geleden, maar we hebben gepraat en elkaar stevig vast gehouden. Ik mis zijn omhelzing, zijn stem. Ik mis R.
Na anderhalve week slepen met verhuisdozen staat dan het meerendeel van de verhuisdozen leeg en opgevouwen in de berging. En begint het er inpandig enigszins normaal uit te zien. En na zeker drie weken uitsluitend magnetronmaaltijden eten was het vanmiddag een genot om door de supermarkt te struinen en voorraad in te slaan. Oh zo heerlijk om vanavond eindelijk weer eens mijn eigen eten klaar te maken (en wat extra porties in te vriezen voor in de magnetron…).
Het enige dat nog moet is de parkeervergunning die ik op mijn oude adres nodig had: inleveren bij de gemeente. Die is kwijt.
Het zit namelijk zo: die zat op de voorruit van mijn auto. Maar toen ik de laatste spullen uit mijn oude flat weghaalde, was er ook een plank van 2.50 meter. En de vraag was: past ie of past ie niet in mijn kleine Suzuki. Mijn kleine rode autootje, dat ik in de afgelopen jaren al meer dan eens heb volgestouwd. Een keer was het zo erg dat R en ik bij de Ikea waren en de auto zo was volgestouwd dat R er niet meer bij in paste en met de trein naar huis moest.
Er kan dus echt heel veel in zo’n klein autootje.
En die plank paste dus wel. Ik kreeg er alleen een uit de kluiten gewassen sterretje in de voorruit bij cadeau. Daar moest dus een nieuwe voorruit in.
Dus bel ik de garage, de verzekering en Carglass. Bij Carglass moet ik even in de wacht terwijl het wachtstandmuziekje iets als Rammstein laat horen. ‘Sorry hoor’, zeg ik tegen de telefoniste. ‘Ik weet dat je er niets aan kunt doen en het zal mij persoonlijk worst wezen, maar aangezien jullie een bedrijf zijn met een brede doelgroep denk ik dat dit wachtstandmuziekje niet helemaal gepast is.’ De telefoniste pakt het sportief op, we maken een afspraak voor a.s. maandag en dat was het dan.
Maar schoot het me te binnen: morgen trouwt mijn bruidspaar en moet ik de snelweg op en dat lijkt me niet wat met dat sterretje.
Dus bel ik de garage weer: kan ik toch eerder bij jullie terecht? Dat kan. Ik bel Carglass om de afspraak te cancellen en ik hoor Jan Vayne als wachtstandmuziekje.
Dan toch liever Rammstein.
Terwijl de auto vandaag bij de garage was schoot het me ineens te binnen: de parkeervergunning. Ik moet hem nog opzeggen en inleveren bij de gemeente. Dus bel ik de garage. ‘Die hebben ze in de auto neergelegd’, zegt de man van de garage.
Maar waar ik ook keek toen ik de auto ophaalde: geen parkeervergunning. ‘Ik bel wel even naar de monteur’, zegt de man van de garage. Ik loop naar binnen en zijn collega belt en zegt: ‘Hij lag op de bijrijdersstoel… Oja, ik zag iemand lopen met iets op zijn kont. Ja, dat was die-en-die, die had even geholpen dus die ging op de bijrijdersstoel zitten.’ En ja, die garagejongens plakken nu eenmaal wel eens wat bij elkaar op de rug, bij wijze van grap. Dus mijn pakeervergunning zit nu ergens bij iemand op zijn kont…
Ja, toen ik vanmiddag alias de firma Spic & Span huishield in de oude flat, toen knalde het er wel even in. De grote plank die R en ik met vereende krachten in de gang hadden opgehangen bij wijze van papieropslag. Het grote gat in de muur dichtmaken. De schapjes in de gang, in de douche, in het washok.
Elke schroef die R er eigenhandig heeft ingedraaid, draai ik er eigenhandig weer uit. Zie, kan ik best zelf, R.
Al kost het me weinig moeite om afstand te nemen van de flat, het afscheid is toch groter dan het lijkt. Voor de tweede keer binnen vier maanden wis ik een groot stuk van mijn leven uit. In februari zijn flat, nu mijn flat. Met de grootst mogelijke zorgvuldigheid demonteer ik ons gezamenlijke leven hier. Was ik met schuurspons en St. Marc de aanslag weg die ons leven op de flat pleegde, de zwarte sporen van Sjimmie die altijd langs de deurposten streek en de rode vetspettertjes die R tijdens het koken op de tegeltjes naast het gasfornuis spetterde, omdat hij graag spetterde tijdens het koken. Plukjes kattenhaar in zwart, grijs en wit.
Dus pink ik een traantje weg, haal ik een loempia bij de Chinees onder de flat en flap ik de huishoudhandschoenen weer om mijn handen. Nog even.
Vanavond weer thuis speelt Tom Waits’ Used Songs op de laptop. Fijne cd die wel bij mijn stemming van vandaag past. Ik pak boekendozen uit. Oja, dit was ik nog aan het lezen. De ‘Te lezen’-stapel groeit gestaag. Ja, het boekje van Merel ligt er ook tussen :-) Kreeg ik kortgeleden - gesigneerd en wel - cadeau. Ik heb zin om hier veel te lezen. Als de verhuisdozen zijn uitgepakt.
Pakhuis 0103 heeft zich verplaatst van miniflat naar doorzonwoning. Ergens in een van de 88 verhuisdozen zit het digitennedingetje. Maar ja, in welke ook weer.
Al geloof ik dat ik het buishangen niet zo heel erg mis.
De katten zijn op het eerste gezicht dik tevreden met de nieuwe stee. Angsthaasje Lara zat te beven als een rietje op het balkon, liet zich gelaten in het reismandje zetten. Met drie reismandjes op de achterbank reden we naar het nieuwe huis. En hier is Lara helemaal het vrouwtje: zelfs mijn bezoek krijgt haar welbekende kopstootjes. Sjimmie ligt knorrend op de overloop en Lola doet luidkeels mauwend acrobaat op de verhuisdozen.
We zijn thuis.
Er komt een moment dat je besluit dat je *nu* klaar bent. Ik had nog wel een kozijn kunnen schilderen, of het laatste stukje bij de trap. Maar morgen staan er drie verhuismannen op de stoep en dan moet alles zijn ingepakt. Ik heb er nog maar een stuk of wat extra dozen bij besteld. Hoeveel het er moeten zijn? Geen idee. Ik kan het niet inschatten. In de beperkte ruimte van mijn oude flatje is logistiek denken in de voorgaande jaren zo ongeveer mijn specialiteit geworden, maar hoe het restant aan in te pakken spullen zich verhoudt tot een aantal verhuisdozen, vraag het me niet.
‘Doe maar twintig’, antwoord ik.
En dus beperkte ik me vandaag tot het opdoen van weer een nieuwe ervaring: vloerbedekking leggen. En al zeg ik het zelf: dat gaat me best nog aardig af. Toen ik de vloerbedekking vanmorgen in de winkel haalde, wees vriend P me op een bordje dat daar hing.
‘Wij bezorgen aan huis en leggen voor u.’
Met enige gelatenheid ondergaan de katten de chaos in Pakhuis 0103. Net zo min als ik kunnen zij zich voorstellen dat het hier morgen allemaal leeg is. Ik vraag me af of R het zich kan voorstellen.
Ik wil hem zo graag mijn nieuwe huis laten zien.
In het nieuwe huis is de kans op ontsnappen bij de dames wat groter dan bij de dikke zwarte kater. Hij wil gewoon lekker van zijn oude dag genieten. Dus besluit ik Lola en Lara te laten chippen. Als ik de reismandjes in de kamer klaar zet, wandelt Lola vanzelf naar binnen. Lara volgt het voorbeeld bepaald niet. We moeten een lichte worsteling aan eer ze zich overgeeft en in het mandje laat zetten.
Als we weggaan, blijft de dikke zwarte luid mauwend achter. Wat ga ik doen met *zijn* vriendinnetjes? En waarom mag *ik* niet mee?
Bij de dierenarts gaat het precies zo: Lola laat zich bijna gewillig onderzoeken voor de chip erin gaat. Bij Lara komt de assistente eraan te pas om Lara te vangen. Eerst de chip er maar in. En daarna het onderzoekje: oogjes, tandjes, vachtje, hartslag, ademhaling. Ze ademt wat zwaar, contateert de dierenarts. Hoest ze weleens? Niet? Nou ja, we hebben haar zojuist ook flink opgejaagd.
Het is stressen voor de katten, deze dagen. Hier in huis wordt alles langzaam maar zeker ingepakt in een groeiende stapel verhuisdozen, die onderhand tot aan het plafond reikt. Ik ben hele dagen weg en ik kom stinkend van de terpentine weer terug. Lola trekt een heel vies gezichtje als ze dat ruikt. Lara en Sjimmie willen gewoon hun eten.
Maar het nieuwe huis wordt mooi. Het wordt er mooi en licht. Op de dag van de verhuizing kunnen ze vanaf het balkon kijken naar hoe de verhuismannen alle dozen en meubels hier weghalen. En als in het nieuwe huis de spullen op hun plek staan, dan haal ik ze op. Straks rijd ik even langs de dierenwinkel. Nieuw huis, dus ook een nieuwe krabpaal voor mijn trio. Van de dierenarts kreeg ik een dingetje met Feromonen mee voor in het nieuwe huis. Nog een week…